De adviseur en betaalgedrag belangrijk in maatwerkhypotheken

Frank Soede, directeur BLG Wonen in gesprek met de gemeente Rotterdam

"Weet je nog? In februari heb ik namens BLG Wonen de aanbevelingen van de pilot met de duurhuurders toegelicht tijdens het Platform hypotheken. Steeds meer andere partijen pikken de duurhuurproblematiek gelukkig ook op. Partijen die in de meeste gevallen ook mee willen denken aan de aanpak en oplossing hiervan. Eén van hen is Adfiz, de branchevereniging van onafhankelijk financieel adviseurs. Zij waren ook aanwezig op het Platform hypotheken en wilden graag eens doorpraten."

"Dat wilde ik natuurlijk ook! Kort na de bijeenkomst van het platform heb ik daarom met Enno Wiertsema (directeur) en Martin Holleman (adviseur Public Affairs en beleid) van Adfiz gesproken. De belangrijkste vragen die in dit gesprek naar voren kwamen: Wat gaan we doen met duurhuur en wat is de rol van de adviseur hierin?"

Onwetendheid bij duurhuurders en adviseurs

Het probleem rond duurhuurders start deels al bij onwetendheid bij de klant. Een groot deel van deze groep denkt niet in aanmerking te komen voor een hypotheek. Door het gebruik van de standaard rekentool op internet - en de uitkomst daarvan - vinden zij vaak de weg niet eens naar de adviseur. En dat is jammer! Want zoals ik al aangaf in mijn vorige artikel, kan 39% van de duurhuurders wel een financiering krijgen. Terwijl zij dachten van niet.

Niet alles is echter toe te schrijven aan onwetendheid van de klant. Ook adviseurs zijn soms niet op de hoogte van de maatwerkmogelijkheden. Of ze weten wel van het bestaan, maar gebruiken het niet altijd omdat het meer expertise, tijd en moeite kost. Geldverstrekkers zijn over het algemeen nog wat terughoudend op maatwerk. Hier valt dus voor de hele keten nog wat terrein te winnen."

“Niet alles is toe te schrijven aan onwetendheid van de klant. Ook adviseurs en geldverstrekkers zijn nog wat terughoudend in maatwerk.”

De rol van de adviseur

Maar wat kan een adviseur nu betekenen in dit verhaal? Enno Wiertsema gaf aan: “Er ligt een dubbele uitdaging voor adviseurs. Aan de ene kant zijn zij er om de klant meer te informeren over de mogelijkheden. En aan de andere kant moeten zij zelf ook meer kennis rond dit onderwerp opdoen. Zo voorkom je dat adviseurs geen aanvraag doen, omdat zij zelf onbekend zijn met het onderwerp.”

Volgens Wiertsema geeft de huurverklaring de adviseurs een goede tool in handen. Zelf zie ik het eerder als een goed begin. Uit de pilot bleek namelijk dat de huidige opzet van deze huurverklaring nog niet goed aansluit op de situaties van veel duurhuurders. Er is meer maatwerk nodig. We moeten blijven onderzoeken en testen, zoals we nu doen met NHG en andere marktpartijen. Zo kijken we nu met NHG of we ook maatwerk aan kunnen bieden voor hypotheken onder de NHG-grens.

Verder kijken dan de regels

"Duurhuurders zijn een goed voorbeeld van mensen die al aantoonbaar woonlasten kunnen dragen. Zij weten wat er bij het huren van een huis allemaal bij komt kijken. Je zou dus kunnen zeggen dat zij verantwoord om kunnen gaan met deze maandelijkse lasten. In tegenstelling tot sommige andere mensen die wellicht zo aan een hypotheek kunnen komen op basis van de huidige regels. Maar eigenlijk geen idee hebben wat het betekent om je geld goed te managen als je allerlei woonlasten moet betalen."

“Bij Loan-to-Payment behaviour (LTP) kijken we niet alleen naar inkomen, maar ook naar het betaalgedrag van de klant.”

Daar komt bij dat we ons in een samenleving bevinden die steeds verder ‘flexibiliseert’. Niet iedereen heeft een vast inkomen en mensen blijven niet meer standaard 40 jaar bij dezelfde werkgever of bij dezelfde partner. We zullen dus mee moeten gaan bewegen en niet blijven hangen in de hypotheekregels van de jaren ‘80. Steeds vaker moet je verder kijken dan de standaard regels en maatwerk toepassen. Daarom pleiten we vanuit BLG Wonen voor een meer toegepaste methode, zoals Loan-to-Payment behaviour (LTP), waar betaalgedrag een belangrijke rol speelt.

Kijken naar betaalgedrag

Enno Wiertsema was het gelukkig met me eens op dit gebied. Er moet iets veranderen in de manier waarop we naar aanvragen kijken. “Loan-to-Value (LTV) is een blijvende factor. Je zal altijd moeten kijken naar de waarde van een huis en het risico van de hypotheek die daarvoor afgesloten wordt. Terwijl wat je leent ten opzichte van je inkomen, de zogenaamde Loan-to-Income (LTI), op dit moment meer wetgevend dan richtinggevend in wordt gezet”, aldus Wiertsema.

Hij vervolgde: “Hypotheken beoordelen door ook naar het betaalgedrag te kijken, maakt dat je als adviseur je klant beter kunt beschermen. En daarnaast de praktijksituatie beter kunt inschatten. Er zullen vast ook geluiden opgaan in de markt die zeggen dat het niet in het belang van de markt is om meer te verstrekken buiten de LTI regels. Dat zou tot macro-economische prijsstijgingen kunnen leiden. Maar met zo’n antwoord worden grote groepen duurhuurders, die nu een probleem hebben, niet verder geholpen.”

Het was goed om te horen van Enno Wiertsema dat ook adviseurs het klantbelang boven dat van de macro economische gevolgen verkiezen. Het is belangrijk dat we kijken naar wat écht in het belang van de klant is. Dat kan betekenen dat je soms klanten die binnen de standaard regels passen, geen hypotheek adviseert of verstrekt. Maar andersom ook op basis van LTP wel een verantwoorde maatwerkfinanciering kan adviseren en verstrekken. Bovendien is de LTP ook een soort van incentive voor jongeren om anders met hun geldzaken om te gaan. Als het aan ons ligt, gaan we daar de komende tijd met meer partijen over doorpraten. Er is in ieder geval nog genoeg werk aan de winkel. Zowel voor geldverstrekkers als voor adviseurs en andere partijen in de woningmarkt.


Terug naar blogoverzicht