Maak de fysieke scheiding tussen wonen en werken kleiner

Sander Schimmelpenninck leest zijn column voor tijdens het WoonDebat

Column uitgesproken door opiniemaker Sander Schimmelpenninck tijdens het WoonDebat 2023 van BLG Wonen.


"Vorig jaar rond deze tijd was ik regelmatig in Eindhoven. Ik sliep in de oude Philipsfabrieken die nu van Piet Hein Eek zijn en waar fantastische dingen worden gemaakt, met de hand. Ik maakte een documentaire over de familie Philips en sprak twee dagen lang op landgoed de Wielewaal met de zoons van ‘meneer’ Frits Philips en voormalige Philipskopstukken als Jan Timmer. Familielandgoed de Wielewaal was decennialang de thuisbasis van de familie. Het werd verkocht aan een sympathieke sokkenboer uit Oisterwijk, die ondanks zijn zelfgegraven wijnkelder en een naar binnen getakelde Bentley, nooit helemaal kon aarden in het familiehuis waar de geest van Frits Philips nog rondwaart. Het landgoed gaat nu naar de gemeente, en dus de gemeenschap, en zo is de cirkel weer rond. De familie Philips werd rijk dankzij de mensen in Eindhoven en nu krijgt Eindhoven een deel van die rijkdom weer in bezit.

Uit de schoot van Philips groeit en bloeit ASML nu, het bedrijf is een veelvoud waard van Philips en onze ministers vliegen naar Amerika om te zorgen dat de zaken van dit Nederlandse kroonjuweel geen strobreed in de weg wordt gelegd. De toon van ASML was aanvankelijk anders; die afslag moet daar, daar willen we huizen bouwen voor onze expats en hup, hup, gemeente, maak ons leven makkelijker, anders zijn we weg. Maar zij neemt meer en meer een voorbeeld aan oudoom Philips die hele wijken heeft geannexeerd. De wijk Meerhoven is in de volksmond inmiddels Wokhoven, dankzij alle veelal Aziatische expats. ASML investeert tegenwoordig zelfs mee in woningbouw. Een zeer logische plek dus, voor een bijeenkomst waar gesproken wordt over bedrijfswoningen, of wonen als arbeidsvoorwaarde, zoals de Telegraaf koeienletterde.

Sociale stijging

Bedrijven zijn niet zelden een minimaatschappij, met mensen uit verschillende sociale milieus, opleidingsniveaus en afkomst. Dat maakt het tot de voornaamste plek van sociale interactie en sociale stijging. Ik zeg bewust voornaamste, omdat ik vind dat het Nederlandse onderwijs die positie aan het verliezen is. Op Nederlandse scholen is steeds minder sprake van sociale stijging, doordat kinderen te vroeg geselecteerd worden en steeds vaker vanaf hun 12e in andere gebouwen, met alleen maar kinderen met hetzelfde niveau terechtkomen. De kloof tussen hoog- en laagopgeleid is in Nederland daarom zo groot, te groot. Wie succesverhalen uit de onlangs weer verschenen Quote500 leest, ziet dat het in opvallend veel gevallen de werkvloer was, waar selfmade miljonairs hun zelfvertrouwen kregen, waar ze erin gingen geloven en waar hun opleiding minder telde dan hun werklust.

Maar wordt nog maar eens selfmade anno 2023. Veel jongeren hebben te veel afleiding door allerhande zorgen, waarvan huisvesting de grootste is. Overigens zijn de verschillen op landelijk niveau enorm. Op het Twentse platteland, waar ik vandaan kom, zijn er flink wat jongeren die tot hun 30e bij pa en ma blijven wonen en hun gehele inkomen in een spaarpot doen, zodat ze op hun 30e hun eerste (en dikwijls laatste) huis voor de helft of zelfs geheel in cash kunnen betalen. Een slimme strategie zou je kunnen zeggen, anderzijds loopt de volwassenheid toch ook een zekere vertraging op.

Maar voor jonge mensen in de stad is dat een totaal ander verhaal. Ik moet terugdenken aan mijn tijd bij advocatenkantoor Houthoff, aan de Amsterdamse Zuidas. Ik werkte 80 uur per week, bracht soms de hele nacht door op kantoor en verdiende slechts 3000 euro bruto. Omgerekend had ik beter vakken kunnen gaan vullen. In die tijd, we spreken 2009, accepteerde je dat, want voor jou tien anderen. Als ik destijds een klein studio-appartementje op kantoor had gehad, was mijn schamele salaris opeens heel wat prettiger, bovendien had ik reistijd kunnen besparen. Je weet het nooit, maar misschien was ik dan nu nog wel ‘gewoon’ advocaat.

War on talent

De tijden dat je als werkgever jonge mensen kon uitmelken zijn wel over en ik denk dat dat ook met een mindere conjunctuur nog wel even blijft. Jonge mensen zijn verknocht aan de stad, waar in de regel ook veel bedrijven zitten. Mijn bedrijf Tonny Media zit in een gezellig verzamelgebouw op de Amsterdamse Wallen. Overdag is er volop leven, maar ’s avonds is het er helemaal dood. In het pand zijn vier appartementen, die de huurbaas ooit fulltime op Airbnb verhuurde. Dat mag niet meer (en terecht), maar nu kan hij er vrijwel niks mee. Wij zouden ze dolgraag aanhuren en aanbieden als backup-appartement voor onze jonge werknemers, die regelmatig ‘in between apartments’ zitten. Maar de regelgeving laat dat nu niet toe.

De grootste winst is dus te behalen door woonruimte te creëren in bedrijfsgebouwen. Veel bedrijven hebben prima faciliteiten, zoals een goede keuken en prettige zitruimte. Met alleen de inrichting van een paar slaapkamers en de aanleg van wat badkamers ben je er vaak al. Als je als jongere een paar jaar woonlasten kan besparen, dan heeft dat een enorm effect op het netto besteedbaar inkomen. Er kan flink wat opzij gezet worden voor de aankoop van een eerste huis. De winst voor de starter is enorm en de kosten voor de werkgever zijn relatief bescheiden. Er zullen ongetwijfeld allerlei bezwaren zijn, over veiligheid, aansprakelijkheden en het is natuurlijk pijnlijk als je bij ontslag niet alleen je baan, maar ook je woning kwijtraakt. Maar de voordelen voor zowel werkgever als werknemer lijken me evident. Zeker voor bedrijven die in steden gevestigd zijn, kunnen een paar appartementen op zolder een geweldig wapen zijn in the War on Talent.

Maar ook het faciliteren van woonruimte buiten het bedrijfsgebouw lijkt me prima. Zoals we allemaal hebben kunnen lezen, jammeren particuliere huizenbeleggers massaal dat zij hun pandjes van de hand moeten doen, omdat die vreselijke Hugo de Jonge hun gegarandeerde rendementjes heeft afgepakt. Dat lijkt me een buitenkans voor bedrijven die hun geld veilig willen wegstoppen en wiens rendement zou moeten bestaan uit talentbehoud. En als er nog wat waardestijging wordt meegepakt is dat mooi meegenomen. Er zitten heus aardige objecten in de left-overs van de grote institutionele beleggers en vertimmeren is altijd leuker in de BV-sfeer, dan in de privésfeer. De maatschappelijke winst is wel kleiner, omdat er op deze manier geen nieuwe woningen worden gecreëerd en andere woningzoekenden benadeeld worden; zij zullen kansloos zijn tegenover bedrijven met diepere zakken.

Landschap

Liever inbreiden dus. Wie over het Nederlandse landschap vliegt, ziet hoezeer het is verdeeld in woongebieden en industriële gebieden, meestal in de vorm van lullige bedrijventerreinen. Elk postzegeltje is ingekleurd met een andere bestemming. Nu snap ik dat woningbouw in de havens van Pernis of in The Wall langs de A2 wellicht wat te ver gaat, maar waarom heeft elke plaats met meer dan 2000 inwoners een eigen bedrijventerrein, waar buiten werktijden geen enkel leven is? In kleinere plaatsen zie je vaak dat de eigenaar op het bedrijf woont; waarom zouden werknemers dan niet ook op het bedrijf kunnen wonen? In de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw hebben we in Europa de grote fout gemaakt om onze leefomgeving helemaal op de auto aan te passen en dat vreet ruimte die we niet meer hebben. Dat is overigens nog veel erger in landen waar ze dachten nooit ruimtegebrek te krijgen, zoals het Zweden waar ik nu woon, en waar elk dorpscentrum bestaat uit een enorme parkeerplaats.

Maar enorme parkeerplaatsen zijn alleen nodig wanneer mensen met de auto komen. In theorie kun je dus voor elke werknemer die inpandig wordt gehuisvest een parkeerplaats opofferen. Stel je eens voor wat het zou betekenen als alle parkeerplaatsen die nu de unheimische ruimte tussen bedrijfsblokkendozen vullen, zouden worden vervangen door aantrekkelijke industriële appartementengebouwen? Natuurlijk is huisvesting in of rond het bedrijfsgebouw niet overal mogelijk of aantrekkelijk; denk aan de enorme sliert blokkendozen langs de snelweg. Maar ik vermoed dat je versteld staat wat een creatieve architect zelfs op de meest desolate plek kan verzinnen.

Efficiency

Door corona en de digitalisering weten we dat het niet nodig is om met zijn allen in de file te gaan staan en dat werken ook vanuit huis prima kan. Maar werkgevers, vooral mannen, vinden dat niet leuk. Ze hebben als een slechte waard moeite hun mensen te vertrouwen en bovendien huren ze toch niet voor niets een duur pand? En dus staat Nederland twee jaar na corona gewoon weer dagelijks in de file. Maar als mensen niet thuis mogen werken, omdat je ze niet vertrouwt, laat ze dan op het werk wonen! Terwijl thuiswerkers tijdens Covid massaal bureaus, kantoorstoelen en printers inkochten, investeerde de registeraccountant in Veendam in de jaren daarvoor in een barista en legde de notaris in Lutjebroek een state-of-the-art fitnessruimtes aan. Wat willen we nou? Hoe het ook zij, we lijken terug te komen op het scheiden van al onze bezigheden; werk en privé lopen meer en meer door elkaar, aangejaagd door onze telefoons. Dat hoeft niet erg te zijn. Jonge mensen zijn erg goed in het aangeven van hun grenzen, misschien wel een beetje te goed, maar lijken fysiek geen moeite te hebben met het fluïde worden van werk en thuis. Sterker nog, ik merk dat de eenzaamheid en ongezellige woonsituatie voor sommige van onze mensen reden is om extra lang te blijven hangen in onze gezellige werkomgeving.

Hoewel ik thuiswerken enorm prettig vind, kan ik ook niet zonder kantoor of collega’s. Ik ben daarin geen uitzondering; de meeste mensen geven de voorkeur aan een mix. Dan is het volstrekt logisch dat kantoorgebieden en woongebieden minder rigide moeten worden gescheiden. Minder auto’s, minder verplaatsingen, minder parkeerplaatsen, minder stress en meer rust, meer woningen, meer groen en meer zekerheid.

Sociale cohesie

Ik was onlangs bij een bijeenkomst over ‘Brede Welvaart’, wat een beetje gekke term is, een pleonasme zelfs, omdat welvaart altijd al breed was. De voornaamste verzuchting van de aanwezige bedrijven en CEO’s was dat zij zo’n moeite hebben om hun mensen mee te krijgen in hun purpose, hun doelstellingen en hun progressieve ideeën. Dat zij, kortom, moeite hebben om mensen te binden. En dat is niet gek; voor veel werknemers is de werkplek te veel een plek waar ze met tegenzin door de file naartoe gaan en waar ze leeggemolken weer vandaan naar huis gaan, wederom door de file. De parkeerplaats is de plek waar ze nog de grootste kans hebben de baas tegen te komen of er zelfs naast te staan. Hoe krijg je mensen mee in jouw idealen als ze zich niet thuis voelen op hun werkplek? Het lijkt me evident dat wanneer mensen zich letterlijk thuis voelen op de werkplek, de werkgever hen makkelijker meekrijgt met zijn ‘gedeug’.

U begrijpt het inmiddels; ik zou het zeer verstandig vinden als de overheid het aanbieden van woonruimte door werkgevers gaat stimuleren, met name in en rond het bedrijfsgebouw. In eerste instantie fiscaal, door de waarde van de huisvesting anders te behandelen dan loon. Er moet immers voordeel voor iedereen zijn. Daarnaast zullen regelgeving en bestemming versneld moeten worden aangepast, momenteel de meest waarschijnlijke belemmering om appartementen te creëren in bestaande bedrijfsgebouwen of kantoren.

De krapte op de arbeidsmarkt en de lessen van corona zouden ervoor moeten zorgen dat we de enorme fouten in onze ruimtelijke orde uit het verleden een beetje corrigeren. Laten we de fysieke scheiding tussen wonen en werken kleiner maken en nieuw leven blazen in de doodse dozen naast het dorp. Wonen en werken op het erf is immers zo oud als de mens".

Lees hier het volledige verslag van het WoonDebat 2023